Nieuws

Gepresenteerde beleidsinformatie in de landsbegroting niet toereikend

 

Oranjestad – 13 december 2013


De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek verricht naar de informatiewaarde van de begroting van het land Aruba (Land). In dit onderzoek stond de beleidsinformatie van de ministeries centraal. Met beleidsinformatie bedoeld de Algemene Rekenkamer de presentatie door een minister van zijn doelstellingen, de daarmee samenhangende activiteiten en de daarmee gemoeide kosten op een gestructureerde en geordende wijze in de beleidsparagraaf van de Memorie van Toelichting van de begroting van een dienstjaar. In dit onderzoek illustreert de Algemene Rekenkamer dat de wijze waarop beleidsinformatie wordt gepresenteerd de informatiewaarde van de begroting kan aantasten.

 

Dit onderzoek zou in eerste instantie onderdeel zijn geweest van een groter onderzoek, namelijk naar de jaarrekening 2012 van het Land. Aangezien de regering de jaarrekening 2012 niet op tijd heeft uitgebracht, heeft de Algemene Rekenkamer besloten om de resultaten van het onderzoek naar de Informatiewaarde van de begroting afzonderlijk te publiceren, om de relevantie van de bevindingen te behouden.

De informatiewaarde van de begroting hangt samen met de kwaliteit en kwantiteit van de beleidsinformatie die hierin is opgenomen. Beleidsinformatie staat centraal in de relatie tussen de regering en de Staten en is van kardinaal belang bij de uitvoering van het budgetrecht door de Staten. Dit laatste blijkt onder andere uit het feit dat de goedkeuring van de begroting, het verlenen van decharge en/of het doen van amendementen door Statenleden niet kan plaatsvinden zonder overdracht van relevante informatie door de regering. Daarom is de Algemene Rekenkamer van mening dat voor het kunnen nemen van gefundeerde beslissingen, de Staten dienen te beschikken over relevante en gestructureerde informatie over: de doelstellingen van beleid, de beoogde effecten van het beleid, de daartoe te leveren prestaties en de daarmee gemoeide kosten. Goede beleidsinformatie is verder een essentiële vereiste voor een adequaat functionerende overheid. Er dient kwalitatief goede en tijdige informatie voorhanden te zijn, waarop beleidsbeslissingen worden gefundeerd. Aan de hand van deze informatie kan het beleid en de uitvoering hiervan worden gemonitord, en indien nodig, tijdig worden bijgestuurd. Naast het informeren van burgers over de plannen van de overheid is de verantwoording van de prestaties van de overheid en de daarmee gemoeide (financiële) middelen, een essentieel onderdeel van behoorlijk bestuur.

De Algemene Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar zowel de totstandkoming van beleidsinformatie, de beschikbaarheid van beleidsinformatie in de begroting en de bruikbaarheid hiervan. Uit het onderzoek is gebleken dat de gepresenteerde beleidsinformatie van de verschillende ministeries in de meeste gevallen niet toereikend is om een volledig beeld te krijgen van de samenhang tussen de doelen, activiteiten en de daarmee gemoeide kosten. De beschikbaarheid van de beleidsinformatie is dus niet optimaal. De oorzaken hiervan liggen onder andere in het proces van de totstandkoming van de beleidsinformatie. Zo zijn de voorwaarden, waarbinnen de Memorie van Toelichting op de begroting tot stand komt, complex door een groot aantal deelnemers aan het proces en het ontbreken van richtlijnen voor het opstellen van beleidsinformatie. De tekortkomingen in de beschikbaarheid van beleidsinformatie heeft een negatieve invloed op de bruikbaarheid van de begroting. Een begroting, waarvan de bruikbaarheid beperkingen kent, tast de informatiepositie van de Staten aan en vergroot de kans op het niet naar behoren kunnen uitoefenen van een fundamenteel recht van de wetgevende macht namelijk, het budgetrecht. De Algemene Rekenkamer maakt zich zorgen over de beperkingen in het gebruik van het budgetrecht van de Staten.

De Algemene Rekenkamer concludeert dat er een gedeelde normatiek ontbreekt tussen de regering en de Staten, over wat de reikwijdte van de beleidsinformatie zou dienen te zijn binnen het huidige autorisatieniveau van de begroting. Met normatiek bedoelt de Algemene Rekenkamer richtlijnen over de inhoud en het gebruik van de beleidsinformatie in de Memorie van Toelichting van de begroting, die door beide partijen worden gedragen. Het autorisatieniveau is het budgettair niveau waarop Statenleden de begroting van een minister goedkeuren. De Algemene Rekenkamer is van mening dat het plaatsen van dit onderwerp op de politieke agenda, een vereiste is om te beginnen met het creëren van draagvlak voor het verhogen van de bruikbaarheid van de begroting. De bruikbaarheid van de begroting dient in het teken staan van het budgetrecht van de Staten. De producent van de beleidsinformatie dient rekening te houden met het perspectief van de gebruiker van de beleidsinformatie.

De Algemene Rekenkamer beveelt de minister van Financiën aan, om in overleg met de Staten en het kabinet, initiatieven te nemen om het onderwerp informatiewaarde van de begroting en van de jaarrekening, op de politieke agenda te plaatsen. Het uitvoeren van een evaluatie van de vorm en wijze van de behandeling van de begroting zou een belangrijke eerste stap kunnen zijn. De Algemene Rekenkamer geeft de overweging mee, om richtlijnen op te nemen in de nieuwe comptabiliteitsverordening. Hierin dienen de minimale inhoudelijke kwaliteitseisen voor het opstellen van beleidsdoelen, de daarvoor te verrichten activiteiten en de daaraan gekoppelde budgettaire gevolgen te worden verwerkt. Het opnemen van richtlijnen in de comptabiliteitsverordening zal bijdragen aan het belang van kwalitatieve beleidsinformatie en aan de vorming van een gedeelde normatiek tussen de regering en de Staten over de kwaliteitseisen van beleidsinformatie in documenten, zoals de begroting en de jaarrekening.

Het budgetrecht van de Staten staat centraal. Dit recht is een belangrijk middel om controle uit te oefenen op het functioneren van het bestuur. Deze controle kan alleen effectief zijn indien de relevante informatie tijdig beschikbaar is. Ook de regering is gebaat bij een optimale uitoefening van het budgetrecht, aangezien daarmee het overheidshandelen scherp wordt gehouden. De Algemene Rekenkamer laat het daarom niet na, om wederom de nadruk te leggen op het voldoen aan de wettelijke termijnen, zoals neergelegd in de Comptabiliteitsverordening 1989.

De minister belast met Financiën heeft middels een brief gereageerd op het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Hij geeft in zijn reactie aan, de mening van de Algemene Rekenkamer te delen dat de bruikbaarheid van de begroting dient te worden verbeterd, met name door in de begroting een duidelijke samenhang aan te brengen tussen de beleidsdoelen, de te verrichten activiteiten en de daarmee samenhangende kosten. De minister geeft aan dat het streven van de regering is om met de begroting 2015 een eerste verbeterslag te maken. De Algemene Rekenkamer juicht dit streven van de minister toe, echter dient de minister dan wel op zeer korte termijn concrete acties te ondernemen aangezien dit begrotingstraject reeds in april 2014 van start gaat. De minister is het met de Algemene Rekenkamer eens dat de bruikbaarheid van de begroting in het teken dient te staan van het budgetrecht van de Staten. De Algemene Rekenkamer herhaalt daarom het belang van betrokkenheid van de Staten bij dit proces dat zal moeten bijdragen aan de vormgeving van gedeelde normatiek tussen de regering en de Staten voor wat betreft de kwaliteitseisen van beleidsinformatie. De Algemene Rekenkamer is bereid om bij dit proces, haar beschikbare kennis met de betrokken actoren te delen.